Pensioeninnovatie biedt oplossingen voor de problemen van morgen

Door Peter Sijm

Pensioen heeft nog nooit zo in de belangstelling gestaan: een prachtige kans om het pensioenbewustzijn en de bereidheid om de individuele verantwoordelijkheid te nemen te bevorderen.

Tegelijkertijd loopt het consumentenvertrouwen in pensioenuitvoerders, belangengroepen en overheid door alle negatieve berichten en schuivende panelen een stevige deuk op. Daar komt bij dat toenemende onduidelijkheid het nemen van de individuele verantwoordelijkheid erg lastig maakt. Met een schuivende pensioenleeftijd en tegenvallende pensioenresultaten weet je immers niet of en hoe(veel) je moet bijsturen.

Hoe zouden de vier belangrijkste belanghebbenden de toenemende mist in de oudedagsvoorziening kunnen oplossen?

De overheid

De overheid faciliteert en stimuleert pensioenen door regelgeving en fiscaliteit. Het belangrijkste motief voor de overheid is het voorkomen van armoedeval en daarmee een beroep op sociale voorzieningen – het gaat erom dat mensen gedwongen worden iets te regelen voor de toekomst en niet direct de pot verteren.

  • Stel een wettelijke pensioenplicht vanaf 21 jaar in voor iedereen met een arbeidsinkomen dus ook ZZP’ers;
  • Werkgevers zijn verplicht 8% van de loonsom te besteden aan pensioen, al dan niet via een CAO kan een hoger percentage worden gekozen;
  • Dit  op werkgeversniveau beschikbare jaarlijkse pensioenbudget wordt via een standaard premiestaffel pro rata verdeeld over de werknemers –  met als uitkomst dus een eenvoudige beschikbare premie in euro per medewerker;
  • Werknemers zijn vrij hun eigen uitvoerder te kiezen, werkgevers kunnen mantelcontracten sluiten om collectiviteitsvoordeel voor hun werknemers te behalen;
  • De fiscale facilitering van pensioenpremies is voor wat betreft de opbouw afgetopt op 70% laatste loon en qua pensioengevend salaris de Balkenende norm;
  • De pensioendatum is volledig flexibel tussen leeftijd 60 en 70;
  • Werknemers mogen ook kiezen voor een deeltijd pensioen c.q. hoog-laag pensioen waarbij de huidige bandbreedte wordt opgerekt.

Er is geen sprake meer van een AOW-franchise, omdat er sprake is van omgekeerde solidariteit – de werknemer met een laag salaris krijgt niet alleen in euro’s maar ook in procenten minder pensioen dan een werknemer die meer verdient. Vergelijk ook eindloon-regelingen waarbij de carrièremakers worden gesubsidieerd door niet carrièremakers.

De werkgevers

Met het budget als uitgangspunt weten werkgevers waar ze aan toe zijn, is er eerlijke concurrentie en wordt het behouden van senioren voor het arbeidsproces gestimuleerd. De wettelijk verplichte 8% van de loonsom is in 2020 ongeveer de helft van wat nodig is om een goed pensioen te sparen. Een te hoge pensioenpremie is echter slecht voor de arbeidsmarkt en concurrentiepositie. Het zou mooi zijn als werkgevers een eventueel beschikbaar te stellen premie boven de 8% direct kunnen koppelen aan de winst/vermogenspositie in een bepaald jaar, wat vooral een zegen is voor het MKB en de drempel om iets extra’s te doen verlaagt.

Veel werkgevers faciliteren een pensioengesprek binnen werktijd en op de zaak en nemen zelfs de kosten voor hun rekening. Ook zij zijn gebaat met personeel dat actief stuurt op de gewenste oudere dag.

De werkenden

Door het budget als uitgangspunt te kiezen zullen de pensioenuitkomsten per werkende sterker gaan verschillen. Een gemiddeld ouder personeelsbestand levert immers minder pensioen op dan een jong bestand. Ook gaan, door het abstraheren van de AOW, de hogere salarissen er relatief meer op achteruit. Dit is geen probleem mits we accepteren dat hier de eigen verantwoordelijkheid van de werknemer begint.

Slimme pensioenspaarders gaan dus jaarlijks naar hun financieel/verzekeringsadviseur waarbij de kosten tot EUR 500,- per jaar fiscaal aftrekbaar zijn. De adviseur bespreekt het huishoudboekje, de risico´s van vandaag qua overlijden en arbeidsongeschiktheid maar ook de gewenste toekomst van de medewerker. Als werkgevers het spreekuur faciliteren gebeurt dit in samenspraak met de visie en wensen van de werkgever voor wat betreft ouderenparticipatie waarbij de HRM discipline zijn verantwoordelijkheid dient te nemen.

In dit consult worden alle opgebouwde rechten rond de spilleeftijd van 65 jaar met behulp van adviessoftware en de resultaten van het Pensioenregister besproken en op individuele basis op maat gesneden. Het is weer hoogtij voor adviseurs!

De aanbieders

Voor het wettelijk verplichte deel van de pensioenpremie dient een nominaal, geïndexeerd pensioen te worden gekocht waarbij behoud van koopkracht leidend is. We zien gelukkig meer aandacht  om de pensioenvermogens te beschermen tegen inflatie, denk aan beleggen in nieuwe tolwegen en huurwoningen bij corporaties. De opdracht moet zijn om niet te gokken met de boterham, alleen met het beleg. Alleen voor de premie boven het wettelijk deel mag naar wens een hoger risico worden genomen.

Dit vraagt wel dat de producten transparant zijn geschaald qua risico en verwacht rendement en dat pensioenverzekeraars teruggaan naar de essentie van verzekeren. Met hun expertise zoeken zij risico´s op, beoordelen deze en vragen de juiste prijs om de risico´s over te nemen van hun klanten. Hiermee maken zij het verschil met bijvoorbeeld oudedagsbanksparen. Aanbieders moeten hun producten qua kosten, risico en rendement optimaal inzichtelijk te maken zodat werkgevers en werknemers met hun adviseur de best passende oplossing kunnen kiezen maar vooral ook graag een prijs betalen voor geboden garanties. Daarnaast beperken zij het assortiment, reduceren de complexiteit in de producten en gaan voort op de ingeslagen weg van vereenvoudiging van de administratie en processen waarmee de administratieve kosten worden gedrukt. Tenslotte ontwikkelen zij samen met de adviseurs excellente adviessoftware waarin kennis wordt gebundeld en eenvoudig optimale klantprofielen, wensen en oplossingen worden gegenereerd.

Het resultaat

Door transparantie, keurmerken en het optimale toezicht herstelt het consumentenvertrouwen in uitvoerders. De werkgevers krijgen de pensioenkosten weer in de hand, de in 2010 snel groeiende witte vlek wordt opgelost, we hebben geen last meer van complexe en dure waardeoverdrachten, de 70% mythe bestaat niet meer en misschien wel het belangrijkste: de Nederlander pakt actief het stuur voor de eigen pensioenwensen.

Noot: bovenstaand artikel werd geschreven door Peter Sijm.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *